31 maart 2009
24 maart fietsen we Slowakije
binnen en rond 12.00 uur arriveren we in Bratislava. 's Avonds rond
18.30 zijn we welkom bij Cynthia en Ivan (Warmshowers.org) dus we
hebben voldoende tijd om Bratislava te ontdekken. Na grote steden als
Praag en Wenen zijn we verrast door deze fijne, kleine, gezellige
stad. Het heeft een klein en mooi gerenoveerd stadscentrum wat knus
aandoet. De buitenwijken zijn niet zo enorm, we fietsten Bratislava
eenvoudig in en de volgende dag ontdekken we dat we er ook weer
makkelijk met de fietsen uit kunnen. De zon, die al veel warmte
afgeeft, helpt zeker mee om de stad extra fijn te vinden! Na een
rondrit op de fiets en met de fiets aan de hand wandelend over de
'kinderkopjes' in de binnenstad vinden we onze weg naar een Mexicaan
met 'Free WiFi' (gratis draadloos internet). We bestellen wat te
drinken, pakken de laptop, USB en kabels en werken uitgebreid onze
website bij, zetten de foto's op het net, checken onze email
en versturen nog een paar smsjes via T-Mobile. Ideaal dat draadloos
internet met onze eigen laptop! De barman ziet dat schijnbaar iets
anders, hij komt meerdere malen langs om te vragen of we nog
iets willen hebben. Af en toe wel, af en toe niet. Volgens ons wordt
hij iedere keer ietsje meer chagrijnig. Hij heeft het rustig, zit te
patiencen achter de computer en verveelt zich duidelijk. Ik bedenk me
dat hij denkt:
"Daar zitten weer 2 toeristen uren te profiteren van de WiFi terwijl
ze haast niets gebruiken". Ach, we zitten niemand in de weg en maken
verschillende cola's, sinasjes, tortillachips en een prutje van bonen
en mais meester. Uiteindelijk laten we de barman
met een kleine fooi (het blijft toch low-budget...) achter en
vertrekken we naar ons gastadres. Cynthia, die zelf uit
Canada komt, vertelde later die avond dat de service in Slowakije wat
te wensen overlaat, volgens haar weten de Slowaken niet hoe ze 'de
klant als koning' moeten benaderen. Laten we het daar dan maar op
houden!
Na Bratislava is ons plan om in enkele dagen naar
Boedapest (H) te fietsen. De eerste dag is fantastisch, het
weer is goed, de wind is goed en de omgeving is mooi. Vele stukken
fietsen we langs de Donau, soms op een fietspad en soms op de weg. Die
dag
verlaten we de noordelijke kant van de Donau en fietsen over de brug
bij Gyor naar de zuidelijke kant. Dit betekent meteen dat we
Slowakije alweer achter ons laten en we een nieuw land, Hongarije,
kunnen begroeten. Op de meeste hoofdwegen in Hongarije mogen we niet
fietsen. Niet op de hoofdwegen betekent vele lussen maken in het
landschap, over 'lapjesasvalt', gravel, zand, prut en stenen. Ai, dit
hebben we niet ingecalculeerd in onze berekening van twee dagen naar
Boedapest! Het is overigens niet zo gek dat we op vele hoofdwegen
niet mogen fietsen. De wegen zijn smal, hebben geen vluchtstrook
en de (vracht)auto's rijden hard. Uiteraard, trots als we zijn, zetten
we door, dan maar een paar trappen harder over de zandwegen en het
lapjesasvalt... Aan het
einde van de dag, na 130 km, vinden we dat we een warme douche
hebben verdient en zetten we onze tent op in Acs, camping
Natura. Door de campingbaas worden we vriendelijk ontvangen. We
moeten eerst maar onze tent opzetten en daarna even in huis komen om
te betalen (5 euro) en fotoboeken te bekijken. Dat hebben we
geweten... Na boeken over Hongarije, Boedapest en het Balatonmeer
komen de fotoboeken met foto's van de campinggasten. "Die komen
uit holland, zij uit Spijkenisse, die van Texel, die uit Den-Haag,
die ook uit Spijkenisse, die uit Heerhugowaard, die van Noorwegen,
die van...." . Na verschillende Hongaarse Schnaps, de
overheerlijke Pallenka, vele pinda's en meerdere verhalen over de
Nederlanders die ieder jaar weer komen kamperen duiken we voldaan in
onze slaapzakjes.
Nadat de campingbaas de volgende dag een foto
van ons heeft gemaakt gaan we weer op pad, nagniffelend over zijn volgende
campinggasten die naast al de verhalen die wij gehoord hebben ook ons
verhaal zullen aanhoren: "En op die foto staan twee Nederlanders
uit Hoorn. Zij gingen in 2009 met de fiets naar Azië!".
"Azië, echt waar?" "Ja, helemaal naar Azië,
ze waren hier al vroeg in het jaar... en, en, en...". Leuk
hé!
We rijden de poort van camping Natura nog niet uit,
kijken naar rechts en zeggen tegelijkertijd: "Wat komt daar nu
aan?!". Met openstaande mond kijken we wat, of beter gezegd wie,
er voorbijkomt...
In Damian (op zijn Frans gezegd) zien we onze
'meerdere' maar eerst zien we zijn fiets. Een vrij normale dames
stadsfiets (Gitane) met voorop een rek met een enorme
gele wasmand.
In de wasmand liggen flessen drinken, aardappels, een stuurtas,
boekjes, kleding en andere, ongetwijfeld belangrijke, dingen. Onder
het rek heeft hij houten schotten gemaakt tot aan het midden van zijn
velg. Aan die schotjes hangen aan beide kanten een rugzak. Achterop
heeft hij soortgelijke schotten met wederom aan iedere kant een rugzak
en bovenop zijn bagagedrager ligt iets verpakt in een dik zwart zeil
met touwen eromheen. Boven op dit alles zit Damian. Een vriendelijk,
ietwat verward uitziende Fransman van onze leeftijd met een hoedje
op zijn hoofd, een knaloranje/rood gebreide trui, een duidelijk
ingekorte stoffen broek, sokken en sandalen. Hoelang hij precies
onderweg was weet hij niet, waarheen hij gaat is ook nog niet
bekend. In zoverre dat hij met een blik op zijn kompas naar het
oosten
wijst, "Richting de zon". Enkele tijd geleden is hij uit
Frankrijk vertrokken en het koude weer in Zwitserland heeft hem vanuit
de bergen naar de Donau gedwongen. Hij kampeert hoofdzakelijk waar
hij maar wil en hij is van plan om door te fietsen totdat zijn geld op
is. Hij vertelt binnenkort ook een camping te moeten opzoeken,
zichzelf wassen in de Donau vind hij toch erg koud. Dit is overigens
goed te zien én te ruiken, zijn handen zijn zwart en hij ruikt
niet bepaald fris. We hebben een leuk gesprek en helpen hem
met het vinden van een internetcafé, als dank krijgen we een
appel...
Met enige bewondering kijk ik naar deze, voor
mij vreemde, man op. Dit kalme, rustige, relaxte, 'we zien wel waar
we uitkomen' gedrag vind ik heel ongewoon en tegelijkertijd heel
speciaal. Ik kan me bijvoorbeeld om van alles en nog wat druk maken.
Remco noemt me zodoende af en toe een 'Worst Case Scenario'
denker en zegt dat ik thrillers moet gaan bedenken. Zo denk ik
bijvoorbeeld met een beetje wind op de tent dat hij openscheurt, we
weg zullen waaien, er een boom op ons terecht komt of erger; dat er
indringers naar binnen zullen komen. Dit laatste bedenk ik me vaker
midden in de nacht met al die nieuwe vreemde geluiden. Geluiden als
wind, een krakende tak of een beest wat rond de tent loopt kunnen
aardig op voetstappen lijken! Zo kan ik bij bijna alles wat we
doen wel iets bedenken en komt het me heel realistisch voor terwijl
het 99 van de 100 keer klinkklare onzin is. (O, o, wat doe ik mezelf
aan met deze reis ;-)) Maar deze man, jeee, die kijkt op zijn
kompas en zegt; "Die kant ga ik op en wat ik vanavond doe weet
ik niet". Zo leuk, zo rust en ook zo doelloos!!! Maar goed, ook
dat zegt meer over mij dan over hem ;-) In ieder geval weet ik nu al
dat ik nog veel aan hem zal denken in mijn 'stressvollere periodes'
of gewoon mijmerend op de fiets of ik niet een beetje van dat gevoel
zou kunnen leren.
In tegenstelling tot Damian willen wij die
dag Boedapest perse halen. En wat bij ons in het hoofd zit
vind je niet ergens anders. Dus na wederom een langere dag dan we
dachten belanden we midden in het hectische
Boedapest bij Janos.
Janos woont in het centrum op 3 hoog in een
1-kamer appartement. De fietsen mogen op de balustrade en met onze
tassen bezetten wij zijn gehele appartement. Dat maakt Janos niets
uit. Zelf slaapt hij op een vide en wij mogen op 2 comfortabele
dikke luchtbedden op de grond. Het is donderdagavond en het plan is om zaterdag weer te vertrekken zodat we Boedapest kunnen
bekijken.
Boedapest vinden we beiden een overweldigende stad,
misschien nog beter dan Praag. We vinden de mensen vriendelijk, de
gebouwen mooi en de sfeer relaxed. 's Ochtends bezoeken we aan de
'Pest' kant rechts van de Donau, met de M1, de op één na
oudste metro (Londen heeft de oudste) van Europa (inmiddels
Unesco Werelderfgoed), de dierentuin en het Heldenplein. Daarna
slenteren we door de stad, langs de enorme gebouwen over de brug naar
de 'Buda' kant waar een oude burcht op de heuvel boven de stad
uitkijkt. Dit is het oudste gedeelte waar ook nog een heel
gangenstelsen onder schijnt te zitten voor het herbergen van zo'n
20.000 soldaten. Het is een mooie dag. De zon schijnt, we voelen een
warme wind en lunchen in het park zonder jas! Heerlijk, de eerste
tekenen van de lente laten zich zien!
Onze gastheer Janos is een
zeer vriendelijk man die enkele maanden in Eindhoven heeft gestudeerd
aan de TU en in Arnhem bij Arcades heeft gewerkt. Janos
vind zijn Nederlandse spreekvaardigheid niet zo groot, in mijn
opinie lijkt dat me meer bescheidenheid dan waarheid, hij
spreekt het erg goed Zo praten we met elkaar in het Engels, Duits en
Nederlands, dit moet voor een buitenstaander grappig zijn om te horen!
Volgens plan vertrekken we zaterdochtend als Janos naar zijn werk gaat. Op deze zaterdag moeten
hij en de overige 10 miljoen Hongaren namelijk gewoon werken. De staat heeft
bedacht dat vrijdag 2 januari 2009 een weekenddag was, daarvoor in de
plaats is zaterdag 28 maart uitgeroepen als werkdag. Het kinkt voor
mij onbegrijpelijk dat de staat dit kan vastleggen en de Hongaren
hierin berusten. Janos zegt echter dat dit gewoon zo is. Ongetwijfeld
zal deze berusting en het feit dat de Hongaren dit 'normaal'
schijnen te vinden te maken hebben met het regime uit het
verleden. Voor mij is dat alleen maar gissen.
Vandaag
heb heb ik het enigzins gehad. De spieren
voelen moe, het hoofd voelt vol van alle indrukken en ik
heb gewoon
even geen zin. We zijn bijna een maand onderweg en ik merk dat het
besef
van 'een jaar van huis' eindelijk een beetje doordringt. Een maand is
nog niet zo lang maar het besef van nog 11 van deze maanden kan me
thuis doen missen. De structuur, de vanzelfsprekendheid van de dag,
weten wat je gaat doen, waar je zal slapen, je spullen in de kast en
niet in-en-uit-tas, de mensen die ik thuis om me heen heb. Ja, ik kan
af en toe voelen dat ik het mis, dat ik thuis mis. Dit missen is
overigens een
goed missen, althans het voelt een beetje verdrietig maar ook fijn.
Voor mij is het een onbekend gevoel om op deze manier te voelen wat thuis is, hoe
graag ik even om de hoek zou willen kijken én tegelijkertijd
de drang
voel om door te gaan en de wereld op mijn stalen ros te ontdekken. Ik
ben vaker langere tijd van huis weggeweest en het lijkt nu intenser,
meer bewust van mezelf, de wereld om me heen en thuis. Ach ja, het zal
de leeftijd zijn, ik ben ook al bijna 30 ;-) Vlak na Boedapest bel ik
daarom voor het eerst even met thuis, alles is
goed. Dat geeft me voldoende rust en energie om de weg te vervolgen
richting het zuiden.
Op het eiland Csepel Sziget, zijn we
het beiden, na 62 km, zat bij Rackeve. We besluiten het er van te
nemen en belanden in Motel Oazis. De eigenaar heet ons welkom met
eigengemaakte Pallenka, dat doet een mens goed! We spreken een hele
tijd met elkaar, buiten in een t-shirt in de zon. Hij praat over het
vroegere Hongaarse rijk, de trots van de Hongaren maar ook over de
armoede
op het platteland en depressieve mensen zonder vechtlust om het land
op te bouwen. Dit laatste horen we vaker van de Hongaren zelf. Wij
hebben echter de ervaring van welwillende vriendelijke mensen, het is
moeilijk om dit met elkaar te verenigen. De armoede zien we inderdaad
op het platteland. De verschillen qua levensstandaard met de grote stad
lijken erg groot. Als laatste vraagt de
beste man hoe catastrofaal de opwarming van de aarde voor
Nederland is. Hij had gezien op televisie dat Nederland onder water
zal lopen. Zonder op het antwoord te wachten heeft hij al een
oplossing voor ons Nederlanders. Op het Hongaarse platteland is
voldoende plaats, het is vlak (de Hongaarse Puszta) en ziet er
haast uit als Nederland. Zelf bouwt hij huizen en het is voor hem
geen probleem huizen voor ons te bouwen. Om te beginnen bouwt hij
rondom een van de meren die deze regio rijk is een bungalow park. De
Nederlanders kunnen dan alvast af en toe op vakantie komen om aan het
Hongaarse leven te wennen... We bedanken de man voor deze genereuze
hoopvolle oplossing en gaan beide onze eigen gang
verder.
Vanuit Rackeve verlaten we de Donau en gaan via het
platteland met plaatsen als Kiskunlacháza, Kunszentmiklós
en Fülöpszállás door de Hongaarse Puszta naar
Kiskörös. Hier mogen we op een gesloten camping een nachtje
gratis en voor niks staan. Kijk, daar houden we van! Deze avond
besteden we het geld van de camping in een restaurantje, de Hongaarse
Goulash moeten we immers nog proberen! We krijgen een Engelstalige
kaart. Ik bestel de specialiteit "Ungarian stew of Beef" en
Remco probeert, nadat de serveerster niet kan uitleggen wat het is,
de specialiteit "Ungarian Stew of Tripe". Het is immers een
specialiteit en een gokje waard! Na één blik op de
specialiteit die Remco voorgeschoteld krijgt weten we genoeg: Hij
krijgt een stew bereid van de maag van een rund... De aanblik doet
gruwelen en de smaak nog meer. Na wikken en wegen en enige
schaamtegevoelens om het gerecht niet op te eten (we overwegen zelfs
om het in een servet te wikkelen en weg te gooien) overwint de
trek in eten: "I really don't like this, can i have a fried
chicken?" Het zekere voor het onzekere deze keer! Het kippetje
smaakt Remco heerlijk, de hongaarse Goulash van een rund overigens ook en
we duiken met 2 volle magen onze tent in.
De volgende ochtend rond
7.00 uur steek ik mijn hoofd uit de tent en lijken we ineens op een
bouwterrein belandt. Er lopen zeker 50 mensen rond en een bulldozer raast
langs onze tent. Wij zijn niet de enigen die verbaasd zijn, ook de
bouwlui kijken ons wat sceptisch aan. De eigenaar van de camping komt
naar ons toe en vertelt dat ze in de hal waar we naast staan een
nieuw zwembad aan het bouwen zijn. Over enkele weken moet het open en
er moet nog veel gebeuren. De eigenaar, trots als hij is, leidt ons
rondt als waren we V.I.P.'s en verzekert ons dat we zeker nog eens
terug moeten komen in de zomerperiode om al de goede faciliteiten die
de camping normaal bezit uit te proberen! Met een glimlach op ons
gezicht fietsen we verder.
De volgende ochtend is de tafel wederom rijkelijk gedekt en krijgen we als klap op de vuurpijl een lunch, bestaande uit belegde boterhammen en fruit mee van Karle. Met een omhelzing, een zoen en een takje met gele bloemetjes voor geluk onderweg nemen we afscheid. Dit afscheid met deze lieve vrouw en fijne familie vonden we wel lastig. Het besef van het ontmoeten van vele lieve mensen en vervolgens het afscheid moeten nemen omdat we nu eenmaal onderweg zijn wordt ook groter. We gaan dit het komende jaar nog vele keren meemaken, dat is een fijne gedachten en in sommige gevallen ook een moeilijke, afscheid nemen is niet onze sterkste kant! De gastvrijheid, opgenomen worden in een familie als de zijnen, de warmte van mensen voelt soms overweldigd maar zo geruststellend. Overal ter wereld zullen mensen wonen zoals deze familie, dat we er nog maar veel mogen tegenkomen!
Dinsdag 31 maart fietsen we via Mohács Kroatië binnen bij de grensplaats Udvar. Hier ook onze eerste grenscontrole en ons eerste stempel in het nagelnieuwe paspoort! De controle is geen probleem en de interesse van de douaniës is groot als ze horen dat we van Amsterdam naar Bangkok willen fietsen! We zijn nog geen kilometer in Kroatië of de bordjes met "Mines" staan al aan de kant van de weg in een bosrijk gedeelte. Deze waarschuwingsbordjes zullen we nog vaak zien in Kroatië. Rare wereld, erg dat deze tekenen van oorlog nog zo zichtbaar zijn. Hier voor ons overigens geen wildkamperen!
's Avonds strijken we neer in een zeer luxe appartementje in Beli Manastir. Hier maken we ook voor het eerst mee dat de eigenaar ons moet aanmelden bij de politie. Tijdens een eerdere vakantie in Kroatië hebben we dit niet meegemaakt dus we zijn verrast. De man kan ons echter niet uitleggen waarom dit is en we vinden het ook wel oké, er zit trouwens ook niets anders op. We koken vervolgens heerlijk zelf en belanden met een glaasje jus en een goed boek op de bank. Even een 'stop' in ons avontuur en morgen weer verder in Kroatië richting Servië.
De kilometerteller staat na 1 maand op 2219km!
Lees verder in "Onderweg in Kroatië en Servië"











