16 september 2009
We beginnen in Murghab... Waar we Murghab in eerste instantie een gekke spookstad vonden zien we in tweede instantie ook positieve dingen. Meta, een organisatie die helpt het toerisme te ontplooien en die vrouwen aanmoedigt en leert hoe zij hun handwerk kunnen verkopen werkt aan de weg en alles is te koop op de bazaar. De meeste mensen lijken daar allemaal hun eigen kleine handeltje te hebben. De bazaar is overigens geen levende bazaar zoals wij het kennen uit andere stadjes. Het zijn meer allemaal kleine keten naast elkaar met allemaal hun eigen winkeltje.
Na uitgezwaaid te worden door de familie vervolgen wij onze weg naar Kirgizie. Voordat we daar zijn moeten we nog een hoge pas van 4655 meter bedwingen, zo hoog zijn we nog nooit geweest!
Vanuit Murghab is de wind stevig tegen en we klimmen zodoende de 75 kilometer richting de pas gestaag omhoog . In tegenstelling tot Remco ben ik een trage klimmer, ik hou lang vol en kom uiteindelijk waar ik wil maar wel in een langzaam beentempo. Remco's benen daarentegen cirkelen snel rond, hij heeft zijn Rohloff in een lage/ lichte versnelling en kan door zijn snelle beentempo vrij snel klimmen. Gevolg is wel dat hij regelmatig even op me moet wachten als hij me niet uit het oog wil verliezen. Gelukkig doet hij dat zodat ik af en toe achter zijn rug even uit de wind kan fietsen.
In de laatste 2 1/2 kilometer richting de pas moeten we nog 220 hoogtemeters klimmen over een zand, stenen en kuilenweg. Dit is zwaarder dan we vooraf hadden kunnen denken.
Boven de 4000 meter merk je duidelijk dat er 'minder lucht' is. Onze ademhaling gaat snel, de keel wordt hierdoor zeer droog en de benen raken door het tekort aan zuurstof snel verzuurd. Om de 100 meter moeten we stoppen om op adem te komen om vervolgens weer een stukje te kunnen fietsen. Na een korte rust weer starten is niet makkelijk, de eerste paar meters doen de benen flink pijn, totdat we weer in een ritme zitten wat helaas weer onderbroken moet worden vanwege het tekort aan lucht en zuurstof. Vermoedelijk kan ik door mijn lage beentempo het zuurstof tekort aardig compenseren en hoef ik niet zo heel vaak te stoppen. Het gaat echter wel zo traag dat mijn fietscomputer regelmatig op 0,0 staat. Dit betekend dat mijn gemiddelde snelheid op dat moment minder dan 3,7 km p.u. bedraagt... Lopen is echter geen optie, de beladen fiets de berg opduwen is zwaarder dan in een laag tempo fietsen!
Remco heeft duidelijk meer last van de hoogte en het tekort aan zuurstof. Hij ademt snel, zijn hartslag blijft maximaal en hij voelt zich niet lekker. Regelmatig moet hij stoppen om het tekort aan zuurstof binnen te krijgen en zijn hartslag wat te laten zakken. De rollen lijken omgedraaid en dit keer ben ik degene die af en toe wacht en bemoedigende woorden toespreekt. Samen zetten we langzaam door en ruim een uur later staan we boven op de top van 4655 meter: "We hebben het weer gehaald!!". We zijn kapot maar reuze trots dat we het samen toch maar weer even 'geflikt' hebben!
Doordat we ons op lager terrein toch beter voelen beginnen we snel aan de afdaling en op 4250 meter vinden we een beschutte plek langs de weg om ons tentje op te zetten.
De volgende dag hebben we een beetje 'vakantie'. We ontbijten uitgebreid in het zonnetje en doen het rustig aan. We moeten nog aardig wat meters dalen dus de benen krijgen enigzins rust. De handen echter niet, de weg blijft slecht en in de afdaling houden we onze remmen goed ingedrukt om niet van steen naar kuil naar steen te hobbelen. We stoppen bij een oude caravansarai en bekijken de vele verschillende groene, rode en gele stenen die hier liggen. Tevens breken we er vele open in de hoop een 'kleine schat' in de vorm van edelsteen te vinden. Met onze zakken vol mooie stenen dalen we verder af richting Kara Kul een klein dorpje aan het Karakolmeer. Dat er mensen in dit gebied kunnen en willen (is het een kwestie van willen?) wonen is onbegrijpelijk. De grond is niet vruchtbaar en zodoende is er geen boom te bekennen. De mogelijkheden voor landbouw zijn niet aanwezig, het meer heeft nauwelijks vis en in de verre omgeving zijn er geen fabrieken of andere werkmogelijkheden te vinden. De rest van Tadzjikistan heeft overigens ook nauwelijks werkmogelijkheden of eigen produkten. Dit betekend dat alles vanuit China of Kirgizie geimporteerd moet worden. De mensen zijn arm en blijven arm, er zijn simpelweg geen mogelijkheden en dus geen kansen. De vele hulporganisaties in dit land zijn duidelijk onmisbaar...
Wij fietsen Kara Kul, na het pompen van water, voorbij en 18 kilometer verder zetten we onze tent neer in een afgraving op 3950 meter. Heerlijk beschut en ongezien zitten we in ons t-shirt in het warme zonnetje en genieten we na van onze 'vakantiedag'.
Na een goede nacht is vandaag de dag dat we Tadzjikistan verlaten en ons 16de land, Kirgizie binnenfietsen! Er wachten echter ook nog twee colletjes van 4232 en 4280 meter op ons... Het is wederom een mooie zonnige dag, we breken een ijsriviertje open voor heerlijk vers bergwater en beginnen aan onze eerste klim. Deze is niet zo moeilijk, het zijn maar enkele honderden meters die we moeten klimmen en we hebben niet zo heel veel last van de ijle lucht.
Vlak voor de tweede col ligt de grenspost van Tadzjikistan. In het eerste huisje moeten we ons bij twee verveelde grenswachters die we storen in een potje Back Gammon, registreren. Enkele meters verder zit een man op een stoel in het zonnetje en hebben we een 'narcotiacontrole', 2 van Remco's tassen moeten open. Na 'schoon' verklaard te zijn moeten we meekomen in het hutje en zitten we samen met de man op het onderste bed van een stapelbed onze gegevens te noteren in het grote boek. Op het bovenste bed ligt iemand te slapen en op het andere bed in de kleine kamer liggen twee mensen naar een film te kijken. We mogen door naar de derde barak waar we de uitreisstempel krijgen, op naar de col en op naar de grens van Kirgizie die 20 kilometer verder ligt!!!
Na het bedwingen van de de col lijkt de wereld meteen anders, in dit deel niemandsland is het groen. Sinds de Waghanvalley hebben we niet veel groen meer gezien, hier staan weer bomen en zijn de bergen bedekt met een laag groene struikjes. De wolken kunnen waarschijnlijk niet over het hoge Pamirgebergte en laten hier hun regen vallen. Dit is goed te zien en bevalt ons uitermate goed! De afdaling richting de grens van Kirgizie is er weer een met een hoop uitdaging: Door beekjes, over stenen, zand, kuilen en letterlijk door een kudde jaks.
Gelukkig zijn we door de lastige afdaling niet vergeten achterom te kijken.... WOW!!!
Het Pamirgebergte, tevens de schaduwkant van de inmense toppen, zien we als een grote witte muur achter ons. Wat zijn we klein en nietig vergeleken met dit reuzegebergte!!! Met enige spijt nemen we afscheid van het land, Tadzjikistan is letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt van onze reis!!!
Dit was ons bezoek aan reusachtig Tadzjikistan!
Lees verder op "Onderweg in Kirgizie"!!
Uiteraard staan er ook weer nieuwe foto's op de site!
26 augustus 2009
We worden van de ene kant naar de andere geslingerd. Mijn kont en rug doen pijn, onze organen lijken inmiddels allemaal een andere plek te hebben. Naast mij zit een te dikke vrouw met een baby op schoot, aan de andere kant zit Remco klem tussen mij en de deur. Achter ons ligt alle bagage en daar tussenin zit de fragiele mama die bij iedere hobbel benauwd kijkt als er weer een tas van zijn plaats vliegt en boven op haar terechtkomt. Na iedere bobbel of kuil vraag ik de vrouw naast mij een stukje naar de deur op te schuiven, vriendelijk lachend verplaatst ze haar grote lichaam om bij de volgende bobbel weer op mij te botsen. De twee voorste stoelen zijn de meest comfortabele. Achter het stuur zit een enigzins gekke chauffeur en naast hem zit een grenswachter die de brug tussen Tadzjikistan en Afghanistan in Darvas bewaakt. Welkom in de gedeelde fourwheeldrive taxi tussen Dushanbe en Kala-i-Khumb. Een negeneneenhalf uur durende rit van 246 kilometer.
De M41, de weg van Dushanbe naar Osh (Kirgizie) was enkele weken geleden nog afgesloten tot aan Kala-i-Khumb vanwege
beschietingen tussen het leger en extremisten of drugshandelaren of
Talibanstrijders (of alle 3 in 1). De weg is nu weer open en
'veilig' verklaard maar het gebied schijnt nog
steeds onrustig te zijn met vele controles. Omdat we langzaam
reizen en 's nachts in een tent overnachten besloten we dit deel met een taxi af te leggen.
We
waren rond 8.15 bij de vertrekplaats en de eerste passagiers,
de chauffeur vond onze fietsen geen probleem en de onderhandelde
prijs was volgens beide partijen prima. De fietsen werden vastgebonden
op het dak en onze bagage nam de gehele bagageruimte en een zitplaats
in beslag. Ai, dit was toch wel wat meer dan de chauffeur had gedacht!
Niet getreurd: "No problem, we leave at nine".
Toen werd het
wachten.... Na negen uur werd het half tien, tien uur, half elf
en om elf uur hadden we nog steeds een zesde passagier te weinig. Omdat
iedereen kon zien dat die zesde passagier niet zou passen omdat wij de
bagageruimte op het dak en in de auto in beslag namen hebben we de
kosten voor de zesde passagier met de chauffeur gedeelt. Al met al
betaalden we zodoende 300 Somoni (49 Euro) voor 2 personen, 2 fietsen
en 12 tassen. Na 246 kilometer, negen en een half uur, 5 controles door
verkeerspolitie in Dushanbe (welke door de chauffeur werden afgekocht
met enkele Somonis), 4 checkpoints waar wij ons moesten
registreren en flink door elkaar geschud vanwege de slechte weg
bereiken we om 20.00 uur Kala-i-Khumb waar we in de binnentuin van een
Bed and Breakfast onder de sterren en naast de bulderende rivier 'Panj'
in slaap vallen.
De komende tijd zullen we langs de rivier Panj fietsen, de natuurlijke grens tussen Tadzjikistan en Afghanistan. De eerste dag is het best gek om enkele meters water verwijderd te zijn van een land wat in oorlog is, waar ook Nederlandse soldaten gelegerd zijn en wat er ondanks dat zo vredig uitziet. Het enige wat ons er af en toe aan herinnerd zijn de jonge soldaten die we iedere 5 a 10 kilometer tijdens hun wandelpatrouiles tegenkomen. Deze grensstreek staat tevens bekend om de drugssmokkel vanuit Afghanistan door Tadzjikistan naar Kirgizie en de rest van de wereld. Mede hierdoor de controles door het leger en de checkpoints.
De Afghaanse kant wordt vooral gesierd door
kleine dorpjes die met een voetpad met elkaar verbonden zijn. Geen
gemotoriseerd verkeer, geen elektriciteit alleen af en toe enkele
Afghanen met ezels of een kudde met geiten en schapen. De wandelpaadjes
zijn soms flink stijl en voeren boven langs de rotsen of zeer dicht aan
de rivier, soms zelfs door de rivier. Af en toe proberen enkele
Afghanen onze aandacht te trekken door te fluiten en te zwaaien,
uiteraard zwaaien we dan uitbundig terug. Meestal echter doen ze hun
eigen ding en geven ze geen aandacht aan 'de andere kant van de rivier'.
In dit gebied zien we ook veel borden met waarschuwingen voor de mijnen die hier aan beide zijden van de weg liggen. Meerdere teams onder aanvoering van de FSD (Swiss Foundation for Mine Action) en gefinancieerd door Duitsland zien we langs de kant van de weg hun gevaarlijke werk doen om de mijnen op te ruimen. Ook liggen er vele afgeschreven roestige tanks die nog herinneren aan de oorlog niet zo heel lang geleden.
De
natuur en de uitzichten zijn fantatsisch, de Panj blijkt een
snelstromende rivier met enorme hoeveelheden water die
we stroomopwaarts volgen. Dit resulteert in een weg langs het
water die zeer heuvelachtig is, omhoog, omlaag, omhoog, omlaag... De
weg is vaak goed en nog vaker slecht. We klagen echter niet, hij is nog
niet zooo slecht, we kunnen er immers nog goed op fietsen! De bergen
zijn hoog en ruig, de eeuwige sneeuw op de toppen. De eerste nacht weer
onderweg vragen we of we onze tent in de tuin bij een familie op kunnen
zetten. Uiteraard kan dat! De fietsen rijden we de tuin in en op dat
moment wordt ons een veel betere plek aangeboden, in de nieuw gebouwde
aanbouw. We accepteren de plek en eten 's avonds met de gehele familie.
Of nouja, de gehele familie die aanwezig is. De man des huizes is in
Dushanbe vanwege een gestorven neef en de twee oudste zonen werken in
Rusland. Het leven in de vallei van de Panj is niet makkelijk. Ieder
stukje grond wordt benut voor landbouw maar toch redden ze het hier
niet mee. Hierdoor werken vele mannen en vrouwen in Rusland om zo de
eindjes aan elkaar te kunnen knopen.
De volgende dag verlaten we
de familie na een traditioneel ontbijt van brood en een soort dikke
zoete melk en een kleine betaling en vervolgen we onze weg naar
Khorog.
De weg
blijft mooi om te fietsen, soms flink zwaar met stijle klimmetjes
en soms kunnen we stukken goed hobbeldebobbel afdalen. We worden er
steeds handiger in en durven meer. We komen meerdere toeristen
tegen waaronder fietsers maar ook twee Duitsers in een fourwheeldrive
camper en nog steeds enkele auto's van de Mongol Rally (Londen to
Ulaanbataar). Ook komen we Jan tegen, Jan en Simone zijn we vorig jaar
tussen kerst en nieuwjaar in het Austerlitzbos bij Utrecht tegengekomen
toen we gingen 'oefenen', in Nederland was het op dat moment -10. Ook
zij gingen 'oefenen' en zo hebben we samen een nacht in het koude
bevroren bos gekampeerd. Via Rusland en Kirgizie fietsen zij de Pamir
in tegenovergestelde richting en zo komen we elkaar na ruim een
half jaar tegen met een temperatuurverschil van 45 graden (het is hier
overdag rond de 35 graden). De wereld is klein! Simone ontmoeten we
helaas niet, vanuit Khorog heeft zij een vliegtuig naar Dushanbe
genomen (met naar het schijnt een enorm klein vliegtuigje met geweldige
uitzichten over de bergen).
Na 4 dagen fietsen en kamperen in tuinen van mensen bereiken we Khorog. Bij Khorog begint de 'Pamir' door de bewoners 'Bam-i-Dunya' genoemd, oftewel 'Het dak van de wereld'. Voor ons is het de laatste kleine stad tot aan Murghab waar het meeste nog te krijgen is. We slaan tijdens onze rustdag dan ook nog even goed in voor de dagen die komen gaan! Het meeste wat wij overigens 'lekker' vinden zoals cakejes, snickers en andere vormen van chocolade ligt hier over de datum in de winkels. De mensen hier eten weinig van dit soort lekkernijen. Ons maakt het niets uit, over de datum of niet, tijdens een dag fietsen is het nog steeds heerlijk!!
Na Khorog hebben we een korte dag van 44 kilometer. We fietsen naar de warmwaterbronnen van Garm chasma. Rond 12.00 uur zitten we dan ook met z'n tweeen prinsheerlijk in een natuurlijk warmwaterbad. We komen er loom en sloom met moeite uit en hebben genoeg gedaan voor vandaag. We strijken neer in het warme zonnetje op een bankje bij een lelijk bruin gebouw. Er lopen flink wat werklui rond die een nieuw hotel aan het bouwen zijn. Binnen korte tijd hebben we veel bekijks en komen de vragen weer van alle kanten. Ineens worden we in goed engels aangesproken door Zahra. Haar broer is opzichter van het nieuw te bouwen hotel en zij met haar twee vriendinnen komen hem een paar dagen opzoeken. Ze slapen in het bruine gebouw wat een hotel schijnt te zijn en we worden uitgenodigd op de kamer voor eten en drinken. Binnen korte tijd is besloten dat we ook bij hun moeten overnachten, de fietsen en tassen worden het hotel in gedragen en we gaan nogmaals naar de warmwaterbron. Dit keer ga ik met de dames in een eigen bad en gaat Remco met de broer. Heerlijk dat warme water! Wel heb ik na 2 van die warme baden flinke hoofdpijn, dat schijnt echter alleen maar goed te zijn vanwege de afvalstoffen die je kwijt raakt en de goede mineralen in het water. Prima dan.
's Avonds eten we gezamelijk en snachts mag ik op de kamer bij de vrouwen en slaapt Remco bij de mannen. Heel erg leuk dat we deze mensen zijn tegengekomen. We kunnen goed communiceren en zij vertellen ons veel over hun land, hun cultuur en hun gebruiken. De 3 vrouwen zijn allen 22 jaar en studeren gezamelijk aan de Technische Universiteit in Dushanbe. De ene droomt ervan om in Rusland te gaan werken, de ander wil een toekomst in Khorog opbouwen en de derde weet al dat ze moet trouwen met een man die haar ouders voor haar kiezen. "Zo is het leven en wij zijn eraan gewend". Ze zegt het wel 'heel spannend' te vinden, ze ziet in dat ze nu onbezorgd leeft en dat dan de zorgen gaan komen. Ze zegt bij de ouders van haar man te moeten wonen, en de 'vrouwendingen' moet gaan doen. Dit betekend het huishouden, koken, schoonmaken, op het land werken, kinderen krijgen en opvoeden. Ze zegt niet te kunnen werken in het beroep waar ze nu voor leert: "Zo gaat dat bij ons Tadzjiken". De "Pamiri" schijnen hierin moderner te zijn dan de "Tadzjiken"; de mensen uit bijvoorbeeld Dushanbe. De Pamiri mogen wel zelf hun partner kiezen en de vrouwen kunnen wel degelijk werken. Toch lijkt het anders en belanden de vrouwen wel vaak in huis met de kinderen. Gulya, een jonge Pamiri, zegt dat ze de mogelijkheid heeft om naar Amerika te gaan voor een jaar. Werken en studeren, de glinsteringen schijnen in haar ogen als ze erover verteld. "Ik ga niet" zegt ze resoluut. Ze is bang dat ze na een jaar niet meer terug kan naar het leven hier in de Pamir. De levens en de levensstandaard zijn namelijk zo vreselijk verschillend! Erg bijzonder hoe deze jonge vrouwen hun leven leven, ondergaan, accepteren, beslissingen nemen en er aan ons over vertellen. Erg leuk ook dat ze zeer geinteresseerd zijn hoe alles bij ons gaat. Van vriendjes, trouwen tot en met de huizen en de riolering, alles komt aan bod. Dit laatste naar aanleiding van de toiletten die bij het complex horen waar we slapen. Met z'n zessen hurkend op een rij met een kniehoog schot er tussen. Uiteraard valt de behoefte in een groot uitgegraven gat en is de lucht die uit het gebouw komt van ver al te herkennen: "Hebben jullie dan niet zulke toiletten in Holland? Zelfs niet in de dorpen???". Een wereld van verschil, ik zou willen dat ik ze wat meer van ons leven zou kunnen laten zien dan de paar foto's die we hebben meegenomen.
Vanuit
Garm chamsa vervolgen we onze weg naar Ishkashim, de zuidelijkste stad
in de Waghan valley. Omdat het hier wat hoger is genieten we ook van de
koelere lucht, dit doet goed na maanden van warm, heet weer! We
zien de eerste enorme bergen van 5000 tot ruim 7000 meter aan de
Afghaanse zijde. Wat een enorm mooi gezicht, de reuzen met het sneeuw
op de toppen!
50 kilometer na Ishkashim begint de voorspelde slechte weg. Flinke gaten in het asvalt, ribbels, gravel, zand en kilometers lang wasbord. De natuur om ons heen wordt er echter niet minder van, we fietsen langs de toppen van de 'Hindu Kush' (Killer of Hindus) aan de Afghaanse kant welke tevens de grens met Pakistan vormen. Toppen van 7000 meter, ruige toppen met sneeuw en gletschers. Fantastisch dit!
's Avonds slapen we in een 'Homestay'. De heer des huizes verteld ons dat er sinds 5 jaar toeristen komen in dit gebied en dat dat geld met zich meebrengt. Men moet er echter ook mee leren omgaan! Hij verteld over de corruptie, de moeilijkheden van de koude winters zonder elektriciteit en gas, de hoge werkloosheid, de mensen die naar Rusland gaan om geld te verdienen voor hun families. Mede door het opkomende toerisme zijn er enkelen die hier gebruik van maken door een 'Homestay' aan te bieden voor enkele dollars per nacht. Het toersitenseizoen is echter kort en de winters zijn lang... Dit harde leven is letterlijk van de gezichten van de mensen af te lezen, bruine hoofden van het buitenwerk, een stevige huid met duidelijke gezichtscontouren, verweerde gezichten. Een diep respect is wat wij hebben voor dit leven.
We vervolgen onze weg na een bezoek aan het museum van Mubarak, een Sufi-geleerde die hoog op de berg zijn tombe heeft staan. We fietsen naar Langar waar we de grensrivier verlaten en vanwaar de klim naar de Kharguspass, een pas van 4344 meter begint. Meteen na Langar start een steile klim over zand en stenen. Binnen 6 kilometer klimmen we 500 meter. Fietsen lukt soms niet en voor het eerst moet ik mijn fiets stukken de berg op duwen omdat mijn banden wegslippen op de ondergrond. Zelfs Remco, die in klimmen een stuk sterker is, moet er een enkele keer vloekend aan geloven. Even twijfel ik of ik de komende 80 kilometer naar de pas wel aankan. De twijfel is gelijk weer weg als het toch lukt om moeilijke zware stukken te fietsen. Of nouja, fietsen, dit kan je geen fietsen meer noemen, dit is "Mountainbiken op het dak van de wereld!!!"
De
route is werkelijk fantastisch, zoiets moois, zulke enorme bergen, zo'n
geweldige omgeving hebben we niet eerder gezien. De weg is ook
verlaten, de auto's die ons passeren of tegemoetkomen zijn op 1 hand te
tellen. Het gevoel wat dit ons geeft is niet in woorden te vatten. Af
en toe prikken de tranen in onze ogen bij het zien van weer een
fantastisch uitzicht en de trots dat we hier mogen fietsen. Echt, als
je de kans hebt, ga naar Tadzjikistan. Het is hier puur, de mensen zijn
puur en de natuur is overweldigend.
Afghanistan
is letterlijk op een steenworp afstand, de rivier is smal en met een
beetje lef loop je er zo doorheen. We zijn nog nooit in Afghanistan
geweest maar onze vingerafdrukken zijn in ieder geval op enkele stenen
te vinden ;-).
De eerste nacht richting de pas zetten we onze tent
op op 3675 meter in 'the middle of nowhere' 'snachts bereikt de
thermometer niet meer dan 5 graden. We ontwaken in een stille kale
wereld, de boomgrens zijn we flink voorbij. Wat een rust, wat een
stilte.
Na
2
dagen klimmen verlaten we de grensrivier met Afghanistan en fietsen we
over de Khargushpass van 4344 meter. Het klimmen is zwaar, niet
zozeer vanwege de stijlheid van de berg of de slechte weg, temeer
vanwege de ijle lucht. Om de paar honderd meter staan we even stil om
weer op adem te komen. We zijn verbaasd als we ineens 'boven' staan, de
hoogtemeter is niet goed geijkt en zegt dat we nog 100 meter moeten en
de pas is meer een glooiende rechte weg. Toch zijn we blij dat we er
zijn en dat het dalen
kan beginnen! Hobeldebobbel met onze remmen ingeknepen vinden we onze
weg over zand en stenen omlaag...
's Avonds vinden we bij een zoutmeer wederom een prachtige
verlaten kampeerplaats op 4050 meter. Ook hier kan je je eigen bloed
horen stromen vanwege de stilte, een enkele vogel horen we fluiten maar
verder is er niets. De nachten zijn donker en de sterren en de maan
zijn subliem. De rust en de verlatenheid zijn prettig maar als je er
over nadenkt soms ook enigzins beangstigend. We zijn dit absoluut
niet gewend in onze wereld waar altijd licht is, waar altijd
geluid is, waar altijd mensen zijn en waar iedereen altijd bereikbaar
is. Toch geeft het een heerlijk gevoel om samen 'alleen op de wereld'
te zijn.
We
dalen verder over de slechte weg met de supernatuur totdat we een
zwarte streep asvalt zien! Met fiets en al maken we een
vreugdesprongetje en enkele kilometers later fietsen we over de
geasvalteerde Pamir Highway richting Murghab. De Allichurvallei is
breder dan de Waghan en de bergen lijken lager omdat we zelf
voortdurend op een hoogte van 3800 en 4000 meter fietsen. Het is een
stuk koeler op deze hoogte en we zijn blij dat we sinds Turkije onze
winterjassen nog met ons meeslepen. Na wederom onze tent te hebben
opgeslagen op een fantastische plek vallen we vermoeid in het immense
landschap in slaap. De volgende ochtend zijn de waterflessen aan onze
fietsen bevroren maar het opkomende zonnetje doet veel goed.
Na een
mooie dag fietsen bereiken we Murghab.
Murghab is een vreemde stad. Het doet denken aan een spookstad waar stiekem toch mensen wonen. Er zijn geen bomen of ander groen te bekennen en de huizen zijn oud, krakkemikkig en vies. Overal in de straten ligt afval en er lopen vele vieze honden rond. Er hangt een stank in het kleine dorp van de brandstof waarop zij stoken, een combinatie van uitwerpselen van dieren, bruinkool en bepaalde struiken. Het dorp is half Tadzjiek en half Kirgiez. De mensen zijn vriendelijk en iets afstandelijk, anders dan de Pamiri. Kinderen willen je aandacht door luid "Hallooooo" te roepen en spelen tussen het vuil. Sinds lange tijd horen we de eerste kinderen weer om geld vragen, iets wat we beide erg triest vinden. De mensen hier zijn arm en er is geen werk. Ook hier verlaten vele mannen het dorp om in Moskou in een fabriek te werken. Bij het wandelen door Murghab worden we niet vrolijk maar doet het ons weer beseffen hoe ongelijk de wereld is verdeelt en welke kansen en mogelijkheden wij in het Westen hebben vergeleken met deze mensen. Gelukkig zijn er organisaties die de mensen hier willen helpen om kansen en mogelijkheden te creeeren om zo een betere toekomst te krijgen. Gelukkig is ook dit te zien in de straten en ook zijn we blij de mensen te zien lachen. Ondanks een hoop moeilijkheden zijn de mensen sterk en gelukkig en bouwen ze aan hun toekomst. Dat is goed om te zien.
We verblijven een dag in Murghab en vervolgen morgen onze weg over een pas van 4655 meter richting Kirgizie!
Bedankt voor de leuke berichten in ons gastenboek, de emailtjes en smsjes die jullie ons keer op keer sturen. Het doet ons goed dat jullie met ons meeleven!
Ook willen we bedanken voor de donaties die nog steeds binnendruppelen voor Suvadra! Nog enkele maanden en dan zullen we met eigen ogen aanschouwen wat Suvadra met het geld zal gaan doen!
Uiteraard hebben we ook weer foto's op de site gezet. Klik hier om deze te bekijken!
Wil je op de hoogte blijven van onze tocht laat dan hier je emailadres achter! Dan laten we je weten als we een nieuw bericht hebben geplaatst.
W - A - U - W, WAUW!!!
9 augustus 2009
W - A - U - W, WAUW!!! Wat is het hier ongelooflijk mooi en autenthiek (behalve de nieuw aangelegde chinese snelweg door delen van de Fan mountains...).
Vanuit Samarkand zijn we vorige week vertrokken richting bergachtig Tadzjikistan. Het voelde als een ware uittocht om Oezbekistan te verlaten,
Vandaag nemen we een hotelletje in Panjikent, Remco zijn darmen zijn inmiddels al voor de 6de dag van slag en dat moet over voordat we een paar bergen gaan beklimmen! De administrateur van het hotel is uiterst vriendelijk en laat ons zijn twee beste kamers rond de binnenplaats zien. Bij de eerste heeft hij meteen de deurknop in zijn handen en in de tweede springt het licht aan en uit. Dan begint het spel der onderhandeling en komen we uit op een prijs waar we beiden tevreden mee zijn. Veel andere keuze hebben we overigens niet en uiteraard weet de administratuer dat maar al te goed! We kiezen voor de tweede kamer, temeer omdat het bed er vele malen aantrekkelijker uitziet (tweepersoons en schone lakens) en we hebben een balkonnetje. Naar later blijkt blijft het bij kijken naar het balkonnetje, de deuren klemmen dusdanig dat we het niet aandurven deze met geweld open te drukken. We moeten opgeven wanneer we willen douchen want dan gaat de pomp voor de waterdruk aan. De elektriciteitsdraden voor licht en ketel hangen gevaarlijk dwars door de badkamer, t'is een hele uitdaging om schoon te worden ;-) De volgende dag blijkt de administrateur ook rioolman, hij helpt ons uitstekend als de inhoud van het toilet een eigen leven gaat leiden... We genieten van de grootspraak over de geweldige kamers en het gestuntel van het verbergen van de gebreken. We kunnen gewoon niet boos worden op de man en zijn gebrekkige hotel en accepteren de welgemeende excuses voor de problemen van de beste kamer. Na grapjes over deze beste kamer kan er zelfs bij de administrateur een lachje af...
Vanuit Penjikent fietsen we over een redelijke asvaltweg richting de Fan mountains. Ook hier leven de mensen voornamelijk buiten en rennen de kinderen naar de weg als ze ons aan zien komen "Hello, hello, hellooooooo". We roepen, zwaaien en bellen wat af! Na enkele kilometers moeten we linksaf richting Dushanbe, de weg begint met harde gravel, vervolgens gaat het over in meer gravel en uiteindelijk manouvreren we tussen de gaten en stenen door. Hardop vragen we ons af of dit wel de weg naar Dushanbe is, de hoofdstad van Tadzjikistan. "Jahoor! Deze weg gaat naar Dushanbe!" is h
In een afdaling horen we ineens muziek. We zien midden in het veld een man met twee koeien en een traditioneel muziekinstrument wat voor ons het meest op een banjo lijkt. We stoppen om te luisteren en spontaan loopt de man naar ons toe en speelt ons verschillende traditionele liederen voor. We applaudiseren hard en de man is zichtbaar trots op zijn muziekaliteit. Erg leuk om dit midden in de bergen tegen te komen!
De natuur is bergachtig, groen en er is veel landbouw in de vorm van abrikozen boomgaarden en graanbouw. Het is gek om de vele borden langs de weg te zien met "Welt hunger hilfe" en de Europeese sterren, ook het Nederlandse Rode Kruis is hier geweest voor het maken van drinkwatersystemen. Vanuit Nederland zijn zulke projecten altijd zover weg, zover van ons bed maar nu fietsen we er dwars doorheen en worden de problemen van de wereld, van Tadzjikistan meer zichtbaar en zelfs tastbaar.
's Avonds rond 18.00 worden we door de vader van een familie uitgenodigd voor thee en mogen we na onze vraag tevens de tent bij hun neerzetten. De familie waarbij we te gast zijn wonen met z'n vieren (vader, moeder, twee dochters van 10 en 4) in een klein lemen hutje. De hut en de keuken kunnen zo in een buitenmuseum te vinden zijn. Er wordt in de lemen keuken gekookt op echt vuur en de zwart geblakerde theepot staat op. Er is geen stromend water, gas of elektriciteit, het toilet is achter het huis op een 'veldje'. De familie leeft hier van mei tot oktober van het zelfverbouwde graan, twee schapen, een geit en een ezel. In de wintermaanden wonen ze in het dorp en hebben ze iets meer voorzieningen, welke dat zijn worden ons niet helemaal duidelijk. Dit is duidelijk een zeer arme familie, ze hebben 3 kopjes en twee borden, geen gemakken in het huisje, geen toilet, geen water...
's Avonds eten we een maal van aardappelen en uien gebakken in schapenvet, ons wordt twee maal zoveel opgeschept dan op hun bord met z'n vieren. Als we de koekjes pakken die wij nog in de tassen hebben om gezamelijk op te eten willen ze er niets van weten "Dat is voor onderweg, dat hebben jullie nodig om te fietsen!". De tent die we in de tuin naast het hutje zetten vinden ze geweldig, en zodra het donker wordt om half negen slapen zij, zonder zich om te kleden of de tanden te poetsen, met z'n vieren buiten voor het hutje onder een paar dekens en duiken wij na het poetsen van de tanden en het aantrekken van de slaapshirts, in onze 4-seizoenen tent met vliegennet en donzen slaapzakjes...
Na een ontbijtje van heerlijke zelfgemaakte abrikozenjam vervolgen wij onze weg over de slechte weg met flinke stijle stukken. Ondanks dat we met een gemiddelde van 10 km per uur voortkruipen is het geweldig om hier door het landschap te fietsen. Mannen en kinderen op ezels, volbepakte ezels en karren, mensen in het land die hard werk verrichten, vrouwen die de kleren wassen of de afwas doen bij de goten in hun mooie felgekleurde jurken.
De ideeen over hygiene zijn hier (en ook in de afgelopen landen) zo anders dan de ideeen die wij erover hebben. De toiletten zijn veelal niet meer dan een gat in de grond met een (krakkemikkig) hokje eromheen zonder water of papier. Wassen doen ze in de beek of de goot en tandenpoetsen doen zij nauwelijks. We zien vaak gouden tanden en veelal ook lege gaten in de monden die ons toelachen. De lemen huisjes worden schoongeveegd met een takkenbezem en een doekje om je mond mee af te vegen na het eten wordt door de gehele familie gebruikt. Waar we moeten poepen in een veld achter het huis is geen gelegenheid je handen te wassen, wel wordt er direct voor water gezorgd als je even de kleine puppy hebt geaaid... De ideeen zijn anders... Misschien weten de mensen ook niet beter en wie zegt dat onze ideen de juiste zijn??
Deze fietsdag is een geweldige en weer roept Remco: "Pee, dit is de mooiste dag tot nu toe!!". We fietsen langs enorme bergen en diepe afgronden, de eerste sneeuwtoppen
's Avonds mogen we onze tent opzetten bij een familie in de achtertuin. Dit keer staan we bij een grote familie midden in de moestuin. Een voor een komen de vrouwen even om een hoekje kijken in de tent en een voor een hebben ze een grote glimlach bij het zien van onze slaapzakjes en ons kookstelletje. Nieuwsgierig willen ze precies weten hoe het allemaal werkt. Ook de kinderen vinden het maar al te leuk dat we bij hun in de tuin staan. Remco wordt verleid tot voetballen en we hebben er binnen no-time enkele vrienden bij. De volgende dag verlaten we de lieve familie met een grote zak abrikozen, we worden uitgezwaaid door de kinderen als we over de krakkemikkige brug het dorp verlaten... Weer een ervaring rijker van mooie lieve mensen.
Soms voelen we ons wel enigzins bezwaard of zelfs beschaamd als we met onze supermoderne uitrusting langs komen. De mensen hebben weinig tot niets en moeten rondkomen van enkele Somoni per dag. We zouden ze allemaal wel willen helpen en tegelijkertijd weten we dat dat niet kan. Wij hebben zulke andere ideeen over goed en slecht, arm en rijk, praktisch en onhandig. Dat is niet erg maar hierdoor leven we in zulke verschillende werelden die niet met elkaar te vergelijken zijn. Hier zijn we rijk en in Nederland zijn we gewoon weer normaal. Hier worden we binnengehaald als helden en in Nederland zijn we gewoon weer een van de anderen. Hier denken wij te weten wat goed is maar eigenlijk weten we helemaal niet of dat wel zo is... Het brengt in ieder geval veel verwarring in ons teweeg!
De temperaturen zijn inmiddels wat lager, we komen hoger in de bergen en 'snachts daalt de temperatuur tot 14 graden, heerlijk voor een goede nachtrust!!! Deze hebben we ook nodig want vandaag gaan we de Anzobpas beklimmen. De Anzobpas is een pas van 3373 meter met slechte wegen en stijle klimmen. Een andere keuze is een 5 kilometer lange tunnel zonder licht, met kniehoog water, diepe kuilen en een vreselijke diesellucht. De enige mogelijkheid om er doorheen te gaan is om je fiets achter in een truck te gooien. We kiezen echter voor de tocht over de adembenemende Anzobpas!
Bij de splitsing 'Tunnel of Pas' horen we dat de tunnel van 1 augustus tot 1 oktober is gesloten vanwege restauratie. Toch wordt ons aangeraden over de mooie aangelegde weg naar de tunnel te fietsen om daar een lift te krijgen, sommige vrachtauto's mogen er namelijk toch doorheen. We zijn eigenwijs en kiezen voor de pas.
De
Een stijle klim wordt meestal beloond met een superafdaling,
In de nacht worden we wakker gehouden door de vele vrachtwagens die zelfs 'snachts de gevreesde Anzobpas overdurven. De volgende dag vervolgen we onze weg over de nieuwe Chinese weg bergafwaarts richting Dushanbe. Hoe dichter we bij de hoofdstad komen hoe absurder de wereld ons voorkomt. Fietsten we gister nog door de arme dorpjes met lemen hutten als huizen en een goot als 'wasbak', zo fietsen we nu tussen de villa's met hun enorme zwembaden, vakantiewoningen met zwembaden, luxe eettentjes en nog veel in aanbouw. Later lezen we in the Lonley Planet dat de drugshandel in dit land veel van deze projecten financieel ondersteund. Het staat zo niet in vehouding tot dat wat we de vorige dagen gezien hebben.
Ook Dushanbe blijkt en mooie grote stad met veel indrukwekkend grote gebouwen. Het ziet er mooi en netjes uit, duidelijk is dat veel geld wordt gestoken in deze stad!
We verblijven enkele dagen in Dushanbe om spullen in te kopen voor de weg die komen gaat en we wachten nog op onze Permit voor de Pamirs. Begin volgende week hopen we hieraan te beginnen.
Tot zover, tot snel!
Uiteraard hebben we ook weer foto's op de site gezet. Klik hier om deze te bekijken!
Wil je op de hoogte blijven van onze tocht laat dan hier je emailadres achter! Dan laten we je weten als we een nieuw bericht hebben geplaatst.











